Awash National Park

DSCN4773Het Nationale Park ligt tussen de kliffen aan de oostkant van het Riftdal, 210 kilometer oostelijk van Addis Ababa, en heeft een oppervlakte van 830 vierkante kilometer. De rivier de Awash, waar het park zijn naam aan dankt, ontspringt in het noordwesten van Addis Ababa. Deze rivier loopt voor een groot deel langs de zuidelijke grens van het park en stroomt verder door naar het noordoosten, om uiteindelijk in de zoutmeren Gamari- en Abbemeer uit te monden. Het park, dat ooit privéjachtterrein van Haile Selassie was, is een van de mooiste nationale parken van Ethiopië en was vroeger bekend om zijn wild. Na de wilde jachtpartijen van het Mengistu-regime is er echter weinig groot wild overgebleven. De wildstand is herstellende maar dit gaat langzaam. Er zijn meer dan 400 soorten vogels te bewonderen. De weg naar Dire Dawa loopt midden door het zuidelijke gedeelte van het park en deelt het park als het ware in tweeën.

Fantalla.,

In het deel van het park dat ten noorden van de weg ligt verheft zich, vanuit de laaglanden van het op 750 meter gelegen park, de vulkaan Fantalle. Ondanks de gassen die hier en daar soms nog uit de krater ontsnappen, is het een slapende vulkaan.

warmw bronnen,

Aan de uiterste noordkant liggen de warmwaterbronnen van Filhowa. Het zeegroene water heeft een constante temperatuur van 36º C en borrelt op uit de bodem en vormt diepe poelen. Deze zijn omringd door een weelderige vegetatie waaronder doempalmen. In dit gedeelte van het park bivakkeren nomadenstammen waaronder de Kereyou. Ze laten hier hun vee grazen ondanks dat dit niet is toegestaan. Het is en blijft een voortdurende en moeilijke strijd tussen de overheid en de nomaden.

waterval

De watervallen van de Awash liggen in het zuidelijke deel van het park. In het regenseizoen is het een grote woeste bruine rivier met spectaculaire watervallen van enorme breedte. Bij het uitzichtpunt van de watervallen kun je via een betonnen trap dicht bij de rivier komen. Het water valt schuimend met veel geraas naar beneden. In de droge tijd is de waterval minder indrukwekkend, kleine watervalletjes spetteren dan rustig naar beneden.

In dit gedeelte is ook het hoofdkantoor, een klein museum met opgezette dieren en enkele eenvoudige campingplaatsen te vinden. In het park is een oud en verwaarloost restaurant ‘Kereyou Lodge’. Het ligt op de rand van de canyon. Vanaf het terras heb je een schitterend uitzicht op de diep gelegen Awashrivier met de oprijzende bergen van de provincie Harar op de achtergrond. Nabij het zwembad (buiten dienst) heb je een prachtig uitzicht op het punt waar de rivieren, Awash en Arba, samenvloeien. Sinds 2010 is er een nieuwe lodge ‘Awash Falls Lodge’ dicht bij de waterval waar je prima kan verblijven.

 

In het park kan je het volgende wild tegenkomen: Swayne’s hartebeest, oryx, de grote en kleine kudu, waterbok, dikdik, wrattenzwijn, jakhals, hyena en kleine zoogdieren Leeuwen, luipaarden, caracals, servals en wilde katten worden ook, zo hier en daar in reisgidsen beloofd, maar worden zelden waargenomen. Vroeger werden de laatste drie regelmatig gezien, maar leeuwen en luipaarden hielden zich toen ook al verscholen.

Er komen meerdere apensoorten voor waaronder de Anubis baboon en Hamadryas baboon. Deze bavianen hebben onderling sociale kontakten, wat zeer bijzonder is. Ze worden dan ook door geïnteresseerde biologen gevolgd en bestudeerd. Naast de gewone baviaan en meerkatten kun je ook (als je geluk hebt) de prachtige Colobus monkey tegen komen. Krokodillen en nijlpaarden leven in de Awash rivier. (Foto’s: ©Lou Andreoli)

Het Abijata-Shala National Park

abijata

Abijatameer   

Het Abijata-Shala National Park heeft een oppervlakte van 887 vierkante kilometer, waarvan de meren de helft innemen. Het heeft zijn bestaan te danken aan de prachtige panorama’s en de vele bijzondere vogels die hier voorkomen.In de burgeroorlog, tijdens het regime van Mengistu, is van de populatie zoogdieren weinig overgebleven.

flamingo

Flamingo’s  

Het Abbijatameer heeft een oppervlakte van 230 vierkante kilometer en is 14 kilometer diep. Tot voor kort lag het verscholen achter dichte acaciastruiken. De herders die met hun vee in het park wonen, kappen de bomen en struiken om hout voor kookvuurtjes; de oorzaak van de ontbossing. Het meer is zeer vis- en vogelrijk. Pelikanen, flamingo’s, visarenden, eenden- en ganzensoorten, witnekken, aalscholvers, reigers en pluvieren zijn vogels die worden waargenomen. Ook wordt de plaats door vogels gebruikt als overwinteringsplaats. Het waterpeil  van het meer is wisselend. Dit wordt veroorzaakt door de sodawinning die in het noorden plaats vindt. De regenval, die hevig kan zijn in de maanden juni tot september, brengt het geheel meestal weer in evenwicht.

wassen

Bedrijvigheid rond en in het water

abijata

Ook de runderen komen een slokje drinken

Het Shalameer heeft ongeveer dezelfde oppervlakte als het Abijatameer, maar is veel dieper (266 meter). Er zit vrijwel geen vis in. Wel leven er duizenden pelikanen, die broeden op het Pelikaneneiland aan de westkant van het meer. De dagelijkse portie vis halen ze uit het Abijatameer. Om daar te komen moeten ze de hoge bergruggen rondom het meer worden overwonnen. Dit kost veel tijd en energie, maar de pelikanen hebben hier iets op gevonden. Ze maken gebruik van warme stijgende winden aan weerszijden van de berg. Halverwege de berg wachten ze op wind die hen in een kurkentrekkersbeweging omhoog over de bergwand brengt. Na het vissen keren ze op dezelfde manier terug, om daarna zwevend, met klapperend vleugels en gestrekte poten te landen.

bronnen

Warmwaterbron

Langs de oevers van het meer zijn meerdere warmwaterbronnen die kokend water en stoom produceren. De plaatselijke bevolking maakt veelvuldig gebruik van de bronnen. Zij zijn ervan overtuigd dat aandoeningen als reuma door het hete water genezen. Ook worden maiskolven in het kokende water gaargekookt.

bronnen

Foto’s:©Lou Andreoli

In het zuidwestelijk punt van het park ligt een klein kratermeertje: het ChituHorameer. Het heeft een doorsnede van ongeveer twee kilometer en er zijn vaak grote flamingo’s te zien. (fragment uit ‘Ethiopië Betam konjo’)

Simien Mountains National Park

semienHet Simien Mountains National Park is in 1969 opgericht, ter bescherming van drie inheemse dieren: de Walia Ibex, de Gelada baboon, en de Ethiopian wolf. Ook is de streek van mondiaal belang voor het behoud van biodiversiteit. De UNESCO heeft het nationale park op de lijst van mondiaal beschermde natuurgebieden geplaatst. Het park heeft een oppervlakte van ongeveer 179 vierkante kilometer en de hoogte varieert van 1900 tot 4430 meter. De temperatuur schommelt overdag tussen de 11,5 en de 18 ̊ C en ’s nachts kan het tot onder het vriespunt dalen.

semienHet landschap is prachtig. Miljoenen jaren erosie op het plateau van de Simien bergen creëerde het bijzonder landschap van gekartelde bergruggen, diepe valleien en steile afgronden van wel 1.500 meter diep. Het bergmassief is opgebouwd uit diverse gesteente: zandsteen, kristalrotsen en vulkanisch gesteente. Simien heeft steile bergen. De hoogste piek, de Ras Dashen (4543 meter) ligt net buiten de grens van het park.  Ook is er een prachtige canyon die 60 kilometer lang is. Deze wordt wel eens vergeleken met de Grand Canyon in Amerika.

Er zijn drie vegetatiezones. De laagste zone (tot drieduizend meter) bestaat voornamelijk uit bouwland en weilanden. Vroeger was de zone dichtbegroeid met jeneverbessen en olijfbomen. De afgelopen jaren is er flink gekapt, waardoor ontbossing is ontstaan. Op de middelste hoogte (drieduizend tot zesendertighonderd meter) groeit sint-janskruid en reuzenheide. De hoogvlakte (boven de zesendertighonderd meter) is bedekt met verschillende soorten gras en (soms) grote velden gele en rode strobloemen. Ook komt de prachtige reuzenlobelia hier voor.

Naast de beschermde dieren komen er meer dan 20 soorten grote zoogdieren en 130 soorten vogels in het park voor. Echter, menselijke verstoring heeft het aanbod van habitats beschikbaar voor wilde dieren in het park verminderd. semienEen gedeelte van het park is door mensen in gebruik, dorpjes, landbouwgronden en branden vormen een bedreiging voor het park. Het is moeilijk om de mensen uit het park te verhuizen. Begrijpelijk want hun verre voorvaderen woonden hier al en…moeten ze (zo denken de parkbewoners) nu wijken voor planten en dieren; zijn die belangrijker dan wij? Toch is er al een duidelijke verandering zichtbaar zo hebben natuurbeschermingsorganisaties samen met de regering de boeren betrokken bij de bescherming van de natuur en het wild. Boeren werken als scout of gids en de Gelada’s worden niet meer, zoals vroeger, met stenen van de landbouwgronden verjaagd maar jongens bewaken de oogsten.

simien-n-pEen gravelweg brengt je in het park. Deze goed berijdbare weg gaat tot ver in de bergen. Smalle bergpaden verbinden de verspreid liggende dorpjes die in het park liggen. Deze zijn alleen te voet of met een paard of ezel te betreden. Er wonen voornamelijk Amharen in het park, zij proberen in hun bestaan te voorzien door het verbouwen van gewassen en het houden van vee. Een kleine groep moslims heeft naast landbouw en veeteelt, weverijen waar ze omslagdoeken en gekleurde mutsen maken; op meerdere plaatsen worden deze hangend in de bomen, wapperend in de wind, aangeboden.

In 2003 hebben wij in het nabij gelegen plaatsje Debark en in het Sankaberkamp overnacht en de wandeling langs de canyon gedaan (te lezen in ‘Ethiopië-Betam Konjo).

Zowel in 2009-2010 als 2014 was ‘Simien Lodge’ ons overnachtingsadres. De schitterende locatie ligt op 3260 meter hoogte en wordt aangeduid als hoogst gelegen hotel in Afrika.

De waterval in het Awash National park

Waterval Awash 1

De watervallen van de Awash zijn in het zuidelijke gedeelte van het gelijknamige nationaal park 

Waterval Awash 2

In het regenseizoen, als het heeft geregend, valt het water schuimend met veel geraas naar beneden. In de droge tijd is de waterval minder indrukwekkend; het water spettert dan rustig naar beneden.

Waterval Awash 4

In de buurt van het uitzichtpunt kun je via een betonnen trap dicht bij de rivier komen. Foto’s:©Lou Andreoli

Mago National Park

0697-15-

Door de tseetseevliegen hebben we maar enkele foto’s kunnen maken.

In 1974 is het park opgericht om zoogdieren, waaronder de olifant en de giraf, te beschermen tegen de intensieve jacht door de inheemse volkeren. Ondanks het verbod jagen de bewoners nog dagelijks in en rondom het park. Een van de redenen is dat de oogsten vaak onvoldoende zijn om de volledige gemeenschap te kunnen voeden en door de jacht kan het menu worden aangevuld. Olifanten worden gedood om hun huid en van de slagtanden worden voorwerpen gemaakt. De dieren in het park zijn daardoor erg schuw en laten zich nauwelijks zien. Het park is samen met het Omo National Park het meest afgelegen park en wordt daardoor nog weinig bezocht. De hoogte varieert van 450 tot 1350 meter en de oppervlakte beslaat ongeveer 2162 vierkante kilometer. De temperatuur kan oplopen tot 41 °C. De vegetatie van het park bestaat uit dicht struikgewas, acacia’s en grasrijke savanne, en langs de rivieren groeien vijgenbomen en tamarindes. Er komen ruim 200 verschillende soorten vogels en 56 soorten zoogdieren en reptielen voor. In de rivieren leven krokodillen, nijlpaarden en vissen. Ook is het park domein van de tseetseevlieg.

Het park is bereikbaar vanuit Jinka, of vanuit het zuidelijk gelegen Turmi. Net als bij andere parken is het veiliger om het park te bezoeken onder begeleiding van een gids en meerdere terreinauto’s.

Wij hebben het park meerdere keren bezocht, ons eerste bezoek is beschreven in ‘Konjo nö!’ Het gebied is nog een pure wildernis met slecht berijdbare paden. Hier kan je uren rijden en stoppen zonder het overbekende geluid ‘you,you, you’ te horen. We zijn op bezoek geweest bij de bevolkingsgroep Mursi en hebben kennisgemaakt met de tseetseevlieg!

Bale Mountains National Park

DSCN1150Bale Mountains National Park ligt in het zuid/oosten van Ethiopië en is via het plaatsje Dinsho bereikbaar. Het heeft een oppervlakte van 2400 km² en het hoogteverschil varieert van 1500 tot 4377 meter. In hoogte doet het niet veel onder voor het Simien-gebergte. Het is minder ruig, maar heeft een bijzondere verscheidenheid in landschappen en plantengroei. Het park wordt van het oosten naar het westen in tweeën gedeeld door de Harenna-klif. Het noordelijk hoger gelegen gedeelte kent temperaturen tussen de 10 en 26°C.

DSCN1127Op de Sanetti-vlakte, een rotsachtig vulkanisch plateau begroeid met korstmossen, leeft de Abessijnse wolf, ook wel ‘Simien fox’ genoemd, een wilde hond die alleen in Ethiopië voorkomt. Naast de bijzondere dieren zoals de bergnyala, de Ethiopische nyala (een kleiner soort) en de Meneliks bosbok komen er nog ongeveer 20 andere zoogdieren voor, waaronder de boskat, het wrattenzwijn en meerdere soorten apen. Het zuidelijke gedeelte is bebost. De bamboebomen die daar groeien, kunnen wel 30 meter hoog worden.

DSCN1109-sIn het lagere gedeelte van het bos groeien hagenia’s, die nog langer kunnen worden. Het Bale-gebergte wordt wel eens ‘een natuurlijke volière’ genoemd, want naast de 15 inheemse soorten komen er in het park meer dan 200 verschillende vogels voor.DSCN1155-

Er zijn drie manieren om het park te ontdekken: per terreinwagen met vierwielaandrijving, te voet of te paard. Er zijn vele wandelroutes in het park. Informatie hierover is verkrijgbaar bij het hoofdkwartier Dinsho. In de regentijd zijn de wegen in het park onbegaanbaar. Er is een trekkershut waar je kunt overnachten, voor kamperen moet toestemming worden gevraagd. Er is niets te krijgen, alles moet zelf meegenomen worden.

Nechisar National Park

Nechisar N.P. Lou Andreoli

Het Nechisar National Park is opgericht in 1974 ter bescherming van het Swayne’s hartebeest. In het 750 km² grote park variëren de hoogtes van 1108 tot 1650 m. Het park bestaat uit een soort landtong tussen de meren Abaya en het Chamo. Deze heuvelachtige landtong wordt: ‘Pont du Paradis’ ,Brug van het Paradijs, genoemd. Als je deze oprijdt kom je uit op een laagvlakte waar je, als je geluk hebt, naast de Swayne’s hartebeesten ook Burchell zebra’s en gazellen, kunt tegenkomen. Er wordt gezegd dat er ook andere zoogdieren voorkomen maar zij zijn door de jacht die voorheen op hen werd uitgeoefend zeer schuw geworden en laten zich nauwelijks zien. Hoewel de laatste keer dat wij er waren staken twee luipaarden voor onze auto het pad over. Maar dat is meer uitzondering dan regel. Een dikdik, jakhals, of hyena wil zich nog wel eens laten bewonderen. Aan de oevers van de meren kun je ook nijlpaarden of krokodillen aantreffen. Nechisar betekent in het Amhaars, wit gras; duidend op het licht gekleurde steppengras wat op de laagvlakte is te vinden. In het regenseizoen (als het regent) staan de twee meren met elkaar in verbinding door smalle kanaaltjes; het park is dan onbegaanbaar. In het droge seizoen verandert dit in een complex ondergronds waterreservoir. Het park is een tijdlang onder de hoede van African Parks geweest, de organisatie wilde het verwaarloosde park weer nieuw leven in zal blazen. Het project is mislukt en opgegeven. Het park is een bezoekje zeker waard!    Nechisar N.P. Lou AndreoliNechisar N.P. Lou AndreoliNechisar N.P. Lou AndreoliDSCN1305DSCN1304