Konso

DSCN1553-De Konso zijn voornamelijk landbouwers en verbouwen gierst, sorgum, katoen en maïs op de talrijke heuvels in de omgeving. Van een afstand zien de landbouwgronden er prachtig uit. De terrasvormige akkers liggen tegen de heuvels en zijn afgeschermd met muurtjes van steen om de aarde tijdens de regentijd tegen te houden. De mannen en vrouwen werken allebei even hard. Ze bewerken samen het land, spinnen en weven, maken aardewerk en gebruiken kalebassen om er melkkommen of boterbakjes van te maken. Deze producten worden op de locale markten verkocht. De mannen dragen felblauwe hoedjes terwijl de vrouwen opvallen door hun rokken die in lagen over elkaar heen vallen.

0717-18De Konso kennen een grafgebruik waarbij een houten beeld van de overledenen op zijn graf of een ander gekozen plek wordt geplaatst. Het beeld heeft een opgericht geslachtsdeel dat met één hand wordt vastgehouden. Op het voorhoofd zit een andere geërecteerde penis. De penissen beelden macht uit. Links naast het beeld staan kleinere beelden deze staan voor de mannen die de overledene tijdens zijn leven heeft gedood. Hun geslachtsdelen zijn geamputeerd. Rechts van het beeld staat veelal het beeld van zijn vrouw en of kinderen. Ook zijn er afbeeldingen van dieren, op elkaar gestapelde stenen, houten wapens, stokken en speren te vinden. Al deze waga’s, houten beelden, onderstrepen de verdiensten van de overledenen en zijn ‘kunnen’ als jager of krijger. De oude waga’s brengen veel geld op; liefhebbers van de Afrikaanse kunst hebben er veel voor over om er één aan hun collectie toe te voegen. Ze verdwenen dan ook regelmatig en werden het land uit gesmokkeld. Gelukkig is dit een halt toegeroepen en worden de oude waga’s zoveel mogelijk in een museum bewaard.

De koning van de Konso (2008)

…De bevolkingsgroep Konso kent geen hoger stammengezag. Ieder dorp is autonoom en wordt bestuurd door een raad van oudsten. Zijn er grote geschillen of problemen dan wordt de Konso-koning te hulp geroepen. De koning leeft zeer eenvoudig samen met zijn familie in een klein dorpje.

‘Wij verlaten het bedrijvige Konso-dorp om op bezoek te gaan bij de Konso-koning. We worden hartelijk verwelkomd door de zoon van de koning; de koning is enkele maanden geleden overleden. Het gebruik is dat hij pas negen maanden na de dood van zijn vader zijn ‘taak’ als koning kan gaan vervullen. Tijdens deze periode blijft de overleden koning boven aarde en blijft, als mummie, zitten op zijn stoel. Er worden twee mannen aangesteld die voor de koning zorgen. Daarna wordt hij in zittende houding begraven. Vroeger was de overbrugging negen jaar maar door natuurrampen en andere problemen is de tijd ingekort tot negen maanden. De Konso zat te lang zonder (raadgevende) koning.

Als de zoon, de ceremonies ondergaan heeft die negen dagen in beslag nemen, eenmaal koning is mag hij alleen eten wat speciaal voor hem is klaargemaakt. Dit geldt ook als hij op reis is. Zijn vrouw is toegewezen en uitgezocht door zijn vader en een aantal oude wijze heren. Op onze vraag of hij niet liever zelf zijn keus had gemaakt is zijn antwoord: ‘Ik ben erg tevreden, mijn vrouw is getest door wijze mannen op intelligentie, schoonheid en lichamelijke sterkte, ik had het niet beter kunnen doen.’

De koningszoon leidt ons rond in zijn dorp. Omdat hij straks als koning recht spreekt over de geschillen van de Konso-populatie woont er naast familie geen andere mensen in zijn dorp, dit om zijn objectiviteit te waarborgen. Bij de rondleiding behoort ook de begroeting aan de overleden koning. De twee speciaal aangestelde mannen gaan ons voor, ons geduld wordt op de proef gesteld want de koning is nog niet gereed om ons te ontvangen. Als we eenmaal welkom zijn, zit de (dode) koning voor de koningshut. Een van de mannen houdt beschermend en zorgzaam een paraplu boven zijn hoofd. Wij lopen er een beetje onwennig naar toe en als afgesproken buigen we tegelijk ons hoofd. Nieuwsgierig als ik ben wil ik hem toch wel even bekijken: ik zie dat zijn oogkassen gevuld zijn met bloemen en hij zit nogal voorovergebogen. Het lijkt of hij ieder moment voorover kan vallen, maar hij zal het nog even vol moeten houden totdat de negen maanden voorbij zijn. Het is een vreemde en bijzondere ervaring om een dode, rechtop zittende man in vol ornaat te begroeten…

Fragment uit: Konjo no! (Ine Andreoli)