De Falasha’s

DSCN2375-

In het plaatsje Wolleka, een voormalig Falasha-dorp, houden we een korte stop. Er wonen nog maar enkele Falasha (Joodse Ethiopiërs). Foto: ©Lou Andreoli

DSCN2378-

In 1975 werd wettelijk vastgelegd dat het voor Falasha’s was toegestaan om zich in Israël te vestigen. In 1977 werden er rond de honderd Falasha’s met Israëlische militaire transportvliegtuigen, die wapens naar Ethiopië hadden vervoerd, naar Israël gevlogen en in 1985 vond de geheime operatie “Mozes’, een massale evacuatie naar Israël plaats. Lees meer in mijn boek: Ethiopië, Betam Konjo een belevenis

DSCN2379-

De Falsha’s zijn eeuwenlang vernederd en vervolgd, de situatie is ook nu nog niet rooskleurig voor ze. Zij leven in armoede en houden zich in leven door het verkopen van hand vervaardigde producten. Foto: Lou Andreoli

De Woita

DSCN2594-

De Woita-bevolking leeft in Bahir Dar langs het Tana-meer. Tanqwa’s (boten) bouwen is hun specialiteit. Ze leven afgezonderd en zeer primitief. Op hun menu staat rauw nijlpaardenvlees. Deze gewoonte heeft er voor gezorgd dat ze door de andere Ethiopiërs als minderwaardig worden beschouwd. Ze worden de ‘zigeuners’ van het Tanameer genoemd.

De tanqwa, is een primitief bootje dat gemaakt is van papyrus. Het bestaat uit een samengebonden bundel papyrusriet van een paar meter lang en een halve meter breed. De bouw van een tanqwa kost twee mensen één dag werken. De boten kunnen maar twee tot drie weken worden gebruikt, bij regen of slecht weer zelfs nog korter. Het riet zuigt zich vol met water en als het verzadigd is, zinkt de boot. De eilandbewoners gebruiken de boten om te vissen en om hun producten zoals teff en koffie naar de markt in Bahir Dar te brengen.DSCN2593De Woita is, doordat ze als ‘uitschot’ worden gezien en minderwaardig worden behandeld, zeer arm. De kleren die ze dragen zijn niet meer als ‘vodden’. De hutten die ze bewonen zijn bouwvallig. We waren op bezoek in een klein dorpje (vijf hutten) en maakten kennis met een Woita-familie; een oudere blinde vrouw die ondanks alle ellende toch vrolijk was; haar dochter was tijdens het voeden van haar kindje druk bezig om manden te vlechten; kinderen speelden in het zand met steentjes en ander afval. Op deze plaatsen en momenten kopen we ‘dingen’ die we eigenlijk niet willen hebben, maar doen dit om deze mensen wat te laten verdienen zodat ze weer een aantal dagen kunnen eten.