Ethiopische troepen veroveren Shabaab-bolwerk Baidoa
Ethiopische troepen hebben, samen met milities van de Somalische “overgangsregering”, woensdag de stad Baidoa ingenomen. Baidoa, 250 kilometer ten noordwesten van de hoofdstad Mogadishu, gold als een bolwerk van al-Shabaab. De inname gebeurde zonder enige tegenstand en, ergo, zonder bloedvergieten. De islamistische rebellengroep had zich naar eigen zeggen uit tactische overwegingen teruggetrokken…
Survival International onthult ernstige mensenrechtenschendingen in Ethiopië
Survival International heeft onthutsende nieuwe feiten aan het licht gebracht die wijzen op ernstige schendingen van de mensenrechten van inheemse stammen in de Ethiopische Omovallei. Deze feiten zijn alle gerelateerd aan de toenemende ontwikkeling door de regering van de uiterst winstgevende suikerplantages in dit gebied.
Vlakbij een gebied dat door de Verenigde Naties als UNESCO Werelderfgoed is aangemerkt wordt land vrijgemaakt en platgewalst door bulldozers. Hierbij worden hele dorpen vernietigd en wordt de lokale bevolking gedwongen om hun bestaan als herders op te geven…
Klik hier voor het volledige artikel (survivalinternational.nl)
“Veel groei maar weinig ontwikkeling in Ethiopië”
Ethiopië slaat zich op de borst. Het kan voor de afgelopen zeven jaar indrukwekkende groeicijfers voorleggen die de meerderheid van de Ethiopiërs ten goede zouden komen. Maar lang niet iedereen is het daarmee eens…
Lees hier het volledige artikel geschreven door Mekonnen Teshome (dewereldmorgen.be)
‘Nederland moet op water en brood’
Het is hoog tijd dat Nederland het vasten herontdekt en het uit de hand gelopen snackgedrag een halt toeroept. Die oproep doet priester Roderick Vonhögen op Aswoensdag aan het begin van de jaarlijkse Vastentijd…
Vonhögen bracht voor het RKK Vastenjournaal en Vastenaktie een bezoek aan Ethiopië. “Je ziet daar overal grote armoede. Toch wordt daar door veel mensen maar liefst twee keer per week gevast…
‘Tis Isat’,de waterval van de Blauwe Nijl
Tis Isat’ (rook van vuur), de waterval van de Blauwe Nijl, ligt bij het dorpje Tis Abai.
Zodra je een voet gezet hebt op het pad dat je naar de waterval brengt, wordt je uitbundig begroet door vele kinderen. Ze hebben allemaal wat te koop, van mandjes tot bewerkte kalebassen. De kans is groot dat ze je vergezellen tot aan de waterval en weer terug.
Het pad gaat omlaag naar de gemetselde oude stenen brug die omstreeks 1690 gebouwd is in opdracht van de Portugezen in de tijd van keizer Susneyos. De brug heeft prachtige bogen en ziet er apart uit. Daarna wordt het klimmen, waarbij je een aantal hutten passeert. Hier worden prachtige kleden geweven. Er volgt vast een uitnodiging om even binnen te kijken.
En dan…is daar de ‘Tis Isat’. Hij raast met een donderend geraas van 45 kilometer per uur naar beneden en heeft een breedte van ongeveer vierhonderd meter. De begroeiing rondom de waterval is intens groen. Als je op de plek staat die Tisoha (waterdamp) wordt genoemd, dan voel je de waterdamp op je gezicht prikkelen. Dit indrukwekkend natuurverschijnsel benadrukt nog eens dat een mens maar een nietig wezen is. In de ochtenduren is de waterval op zijn moois; vaak omringd door regenbogen.
Je moet wel enig geluk hebben om hem in zijn volle glorie te zien want voor de waterval is een waterkrachtcentrale gebouwd die met ene regelmaat zorgt dat het er iets minder spectaculair toegaat.
Metahara-flits (1967)
Bloed, zweet en luxeproblemen (vanavond Ned. 3)
Bloed, zweet en luxeproblemen, realityprogramma, Nederland 3, 20.55 uur
Vanavond in aflevering 2. Het verhaal achter de koffie; de keiharde werkelijkheid van een koffieplantage in Ethiopië
De tempel van Yeha
Als je vanuit Adi Abun richting Adigrat reist passeer je een onopvallend bord dat naar Yeha verwijst. De weg is slecht maar de omgeving is bijzonder. Je kunt vanuit de verte de ruïnes van de tempel van Yeha zien liggen; het complex ligt namelijk op een heuvel. Het is omgeven door een muur van kleine gepolijste stenen die naar schatting rond 500 v.Chr. is opgericht. Binnen het ommuurde terrein bevindt zich een soort museumpje, een kerk en de ruïne van de tempel die gewijd was aan de maangod Almouqah. De tempel is opgetrokken uit grote brokken zandsteen die zonder specie op elkaar zijn gestapeld. Voor de oude begraafplaats staat een opgerichte steen die een voorloper zou kunnen zijn van de latere steles van Axum. De kerk op het terrein is gewijd aan Abba Atfese. Volgens de legende was hij één van de negen heiligen die uit Edesse kwamen. Zij werden in meerdere delen van Ethiopië vervolgd, maar Abba Atfese werd door een engel gered en naar Yeha gedragen.
Het dorpje stelt niet veel voor. Als je de auto uitstapt wordt je, zoals overal in Ethiopië, direct omgeven door kinderen. Ze gaan in optocht met je mee naar de ingang van het tempelcomplex waar ze blijven wachten tot dat je terugkomt.
Het verleden als loden last
Voor veel mensen is Ethiopië gelijk aan Giro 555. Honger, armoede en ellende. En er is zeker een hoop miserie. Maar er is ook een ander Ethiopië. Een land van overvloed, rijkdom en voorspoed. De tegenstellingen zijn gigantisch. De pogingen om hier verandering in aan te brengen, worden ernstig gehinderd door traumatische ervaringen in het verleden. De volkomen uit de hand gelopen Ethiopische Revolutie van 1974 tot 1991 speelt daarin een belangrijke rol. Elk project dat zegt te streven naar meer sociale rechtvaardigheid kan rekenen op een muur van wantrouwen…
Klik hier voor het volledige artikel geschreven door Rob Lubbersen (grenzeloos.org)
De Heelmeesters (boekrecensie)
Flaptekst: De heelmeesters beweegt zich tussen twee continenten en bestrijkt de levens van de tweelingbroers Marion en Shiva, die hun leven lang op zoek zijn naar de reden waarom hun vader hen in de steek heeft gelaten. De Heelmeesters is een indrukwekkend verhaal vol verbeeldingskracht dat de lezer diep raakt. Een onvergetelijk portret van twee boers, een ode aan de geneeskunst en een familiesaga over vaders en zonen, macht en compassie, vertrouwen en verraad.
Auteur: Abraham Verghese (1947) zoon van Indiase ouders groeit op in Addis Ababa, waar hij onder meer de val van keizer Haile Selassie en de opkomst van het communistische regime meemaakte. Na een tussenstop in Madras begon hij in de jaren tachtig in de Verenigde Staten aan zijn carrière als arts en werkte jaren als aidsbestrijder op het platteland. Hij schreef eerder twee non-fictieboeken. De Heelmeesters is zijn eerste roman.
Recensie: De verteller in het boek is de jongen Marion, de helft van een tweeling. De moeder is een Indiaanse non en zijn vermoedelijke vader de Britse chirurg Thomas. De moeder sterft op het kraambed en Thomas verdwijnt daarna spoorloos. De jongens worden liefdevol opgevangen door Gosh en Hema, beiden artsen. We volgen het leven van de jongens, ze raken onder de indruk van de chirurgie en door Genet, de dochter van een Eritrese bediende. Door deze gedeelde passie komen de broers tegenover elkaar te staan. Marion moet om politieke redenen het land ontvluchten. Jaren later slaat het noodlot toe en komt zijn leven in handen te liggen van de twee mannen die hij het minst vertrouwd: zijn verdwenen vader en zijn broer Shiva. Het is een indrukwekkend boek. De auteur beschrijft de sfeer, het landschap, de karakters op een bijzondere manier maar er zijn ook passages die zo uitvoerig beschreven zijn (b.v medische scènes) daar ‘dwaalde’ mijn aandacht soms. Het is dan ook een pil van ruim zeshonderd pagina’s. Ondanks dat is het een aanrader; een boek dat je wilt lezen, sfeervol, ontroerend, humor, woordspelingen en prachtige zinnen zorgen hiervoor. Voor lezers die Ethiopië goed kennen, is er veel herkenning.
Titel: De Heelmeesters – Auteur: Abraham Verghese – De uitgever: De Bezige Bij(2009) ISBN: 9789023440581 (Roman)
Ethiopië boekt de eerste bananenexport
De Ethiopische Tuinbouw Ontwikkelingsorganisatie (EHDA) heeft deze week een belangrijke mijlpaal gevierd omdat het Oost-Afrikaans land voor het eerst bananen is gaan exporteren…
„Goudmijn van koningin van Scheba gevonden”
ADDIS ABEBA – De Britse archeoloog Louise Schofield vermoedt de goudmijn van koningin van Scheba gevonden te hebben. Als dat waar is, dan bevestigt de opgraving in het noorden van Ethiopië dat de koningin uit de tijd van de Bijbel puissant rijk was…
De beloofde foto
…Als Lou terug komt, gaan we naar de markt in het dorpje Turmi. Allereerst willen we de Hamar-vrouw bezoeken, die de voorkant van mijn boek ‘Konjo Nö!’ siert. We hebben beloofd om haar de foto te brengen. Het was een toevallige ontmoeting daardoor weten we niet waar ze woont. Ik laat in het dorp haar foto zien. Dit veroorzaakt zoals gewoonlijk een grote toeloop van mensen. Iedereen kent haar en wil ons bij haar brengen. We wijzen uiteindelijk twee meisjes aan en incasseren een boze blik van een opdringende jongeman die zich de taak al had toegeëigend. Daar gaan we, de twee meisjes naast ons, de anderen er allemaal achteraan. We passeren diverse hutten totdat de meisjes stil blijven staan voor de hut die van de vrouw op de foto moet zijn. De hut is gesloten; voor de ingang is een golfplaat geplaatst. Ze is er niet, maar waar is ze dan. Iedereen bemoeid zich ermee en er wordt opgewonden gepraat. De meisjes nemen hun taak serieus en luisteren oplettend naar wat er allemaal wordt gezegd. Hierna vertellen ze dat ze vermoedelijk bij haar tante zal zijn. Daar gaan we weer, nog steeds in optocht. Bij de hut van haar tante ontmoeten we haar. We schrikken van haar lichamelijke gesteldheid; haar wangen zijn ingevallen en haar ogen staan uitdrukkingsloos in haar gezicht. Ze is ontzettend mager geworden. Haar tante vertelt dat ze ernstig ziek is. Ze heeft aids. Haar drie kinderen worden door haar tante verzorgd. Het zieke vrouwtje lacht af en toe flauwtjes in onze richting. De foto pakt ze aan, maar er is nauwelijks reactie. We geven de tante geld en proberen haar duidelijk te maken dat dit besteedt moet worden voor medicijnen of andere noodzakelijke dingen.”Ishi, ischi, auw” (Oké, Oké, ja), klinkt het uit haar mond…
Normaal gesproken geven we nooit zomaar geld, maar hier is duidelijk een reden, door de foto zijn we bij haar betrokken. (Het volledige verhaal is te lezen in mijn boek: Dink Nesh).
De Ethiopische wolf
Hij wordt ook wel Simien-vos, Abessijnse wolf of rode jakhals genoemd. De Ethiopiërs noemen hem Ky Kebero (rode jakhals).
De Ethiopische wolf heeft een roodbruine vacht met lichtere vlekken op zijn buik. Zijn schofthoogte is ongeveer60 cm en hij weegt zo’n 18 kilo. Ze leven in een complex ondergronds hol met vele gangen waar ook de pups worden geboren. De wolf jaagt bijna altijd alleen; klein wild, zoals hazen en konijnen zijn favoriet. Ondanks dat hij solitair zijn eten zoekt leven ze sociaal in roedels.
Door ziekten is de populatie flink uitgedund. Je treft ze alleen in het noordelijke gebergte van Ethiopië aan. Een schatting geeft aan dat er nog ongeveer 700 rondlopen. Hoe zeldzaam ze ook zijn, je hebt een redelijke kans om er een tegen te komen in het Bale Mountain National Park.




